Sammy Deburggraeve is uitgeroepen tot eerste Polderdichter van Stabroek en hij is niet bij de pakken blijven zitten. In samenwerking met het Stabroeks gemeentebestuur werd 28 september een canvas met zijn gedicht “Parel mijner jeugd” aan het dienstencentrum opgehangen.

Sammy is zeer verheugd dat hij zich officieel mag laten inspireren door de geneugten die de Polder hem heeft te bieden. Niets is meer zinnenprikkelend dan de blozende kaken van melkende boerinnenkens. Om nog maar te zwijgen over de techniek en vaste hand waarmee ze uit het speen een straaltje melk kunnen toveren.



De verschijning van St. Catharina
Het winnende gedicht:

Nog voor de dag begon te krieken;
Nog voor de haan aan kraaien dacht;
Noch voor de ochtend en haar stonden;
Goud in onze monden bracht.

Toen stond de boer reeds op den akker;
Den dauw rondom hem verdampte tot dag;
Met de knieen in’t slijk vroeg hij God de Vader;
Of hij Zijn land verbouwen mag.

En het was toen;
In het gloren van die ochtend;
Toen de nacht aan hem verdween;
Dat St. Catharina;
Uit een nevelsliert verscheen.

Een volslank silhouet met bolle ogen;
Keek hem aan vol mededogen.
Zij, de schoonste aller vrouwen;
Stond daar gezapig;
Het grasland te herkauwen.

Met haar dikke, raspige tong en misschien wel 20 000 speekselklieren;

GRAZEND;

In het paarsrozige klaverbloeiende ochtendlandschap.

De zon;
Begon heel langzaam vanachter zijn dikke knotwilg op te komen;
Toen hij die vette vaars voor zich zag staan;

“Meuuuuhhhhhhh”

Zei Catharina.

En de boer…
Hij wist wat zij bedoelde;
En antwoordde dat hij…;
Ook wel iets voor haar voelde.

En de boer,
Van geen kleintje vervaart;
Sloeg de vliegen van haar staart.
En zei tot Catharina;
In het sterven van de nacht:
“Een oud scharminkel zoals gij;
Haal ik ook nog uit de gracht.”

“O Catharina;
Mijn ware – Creutzfelt – Jacobina;
Die ik des morgens bij de horens vat;
In uw dorp daar wil ik wonen;
In uw zwartgevlekte boerengat.”