> Zo gaat stoelendans mijner stoelgang, of een darmspasmenimpressie
> Is geen Liefde ...
> De vlezige vallei van vunzige viesdoenerij
> Dood de gedachte!


 
(De gelijkenis met een reeds bestaand gedicht berust op louter toeval)
  (beluister)

“Pffrrrrt”, Paukenslag!

Daar ligt alles… plat;
En spet’ren de woorden uit mijn gat.

Daar waar begin en einde aan elkaar zijn gescheten;
En de kak van den duivel door God werd gegeten.

“Pffrrrrt”, Paukenslag!
Daar… galmt… de boodschap… van… Jehova;
En stort zijn stoelgang… op mijn gezicht;
Zo klinkt het ontstaan van alle leven;
Met de mond vol kak… net als dit gedicht.

“Pffrrrrt”, Paukenslag!

Boeren en arbeidersrevolte in de inflamatoire darmontsteking van de bourgeoisie;
Die, schijt op goudbetegelde decreten om de werkmens te ontlasten.

Nijpen, duwen,Nijpen, Duwen, Nijpen, Duwen, Nijpen, Duwen, Nijpen, Duwen.

“Pffrrrrt”, Paukenslag!

Aanhoort mijn woordendiarree;
Die ik zonder scrupules op uw schelmentronie schijt;
En waarmee ik de rottende letteren uit mijn darmen bevrijd.

Het Grrroot dictee der Nederlandsche taal;

Met de pen in de plooien van het afscheidingskanaal.

“Pffrrrrt”, Paukenslag!

Daaaaaar vliegt den scheet…

Van rottende cadav’ren door carnivoren verslonden;
Van gistende lijken uit den aarsplooi geknald;
Vanuit den darm naar den hemel gezonden;
Gevolgd door den kak, die ter aarde valt… .


 
  (beluister)

Het witte sneeuwvlokje dat als een teder kusje op mijn veel te hete lichaam smelt…

Is geen liefde!

De ritmisch knedende bakkersvrouwhand die zich vol overgave op mijn rijzende deegwaren stort…

Is geen Liefde!!

De nederknielende glimlach die met opdrijvende hoofdschuddigheid daalt tot den einder mijner lichaam…

Is geen liefde!!!

De kokhalzende stuipbeweging waarmee ze het net ontvangen zure zaad als ’n bord schiftende gortenpap naar binnen slikt…

Is geen liefde!!!!

Het openneuken van haar kontgaatje omdat haar slappe kut veel te nat, uitgewoond en afgereden is…

Is geen liefde!!!!!

Het dichtknijpen mijner strottenhoofd zodat het door wrijving bevrijdde zaad tot in’ t diepst van haar lijf kan gutsen…

Is geen liefde!!!!!!

Nee,

Want…

Liefde is, op je vinger bijten tot je bloed proeft;
En dan nog net ietsje harder tot op het bot.

Omdat liefde, een gemis is;
En dat vreet me
Helemaal
Kapot…


 
  (beluister)

O gij, vurig ros met blonde manen,
'K zag uw vleze op de koer
En in de stallen bij den boer,
O gij, gij polderhoer.

Vervlezing mijner dromen van maagdse meiden die uit poldergronden komen.

O gij, inspiratie en bron van lust,
Gij, die me in m'n dromen heeft geblust.

Aan de beest'n op het veld,
Heb ik 't voor 't eerst verteld,
Ik ben een boer en echt geen held,
Doch... ik zal u nemen met grof geweld!

Kommt hier spezig spekkezwijn das ich ihre kottelett’n konsummeer;
In die stallen oder auf das velt;
Ich neime dich, keer nach keer…

De sprankelende waterval der hartstochtelijke passie is m'n dagelijks bad,
O wee dat mooie meisje op m'n nachtelijks polderpad...

Reeds vele jaren hunker ik naar natte spleten,
Maar enkel kermende kalv'ren heb ik reeds versleten.

Met hoge hakken triomfeerde haar trots,
In mijn bevlekte boerenbroek geen baksteen maar een rots.

Bevangen door haar bloemzoete boezem volgt ied’re boer bedwelmd haar spoor,

Bevangen door haar bloembloesembollen gaat ied’re dag de oogst teloor.

Godvermiljâârdenondedjû!

Ik ben vol van verlangen en' t vee vol van mij,
O gij,
Vlezige Vallei,
Van Vunzige,
Viesdoenerij...


 

Dit gedicht hoor jij te schrijven;
Deze zin spruit uit jouw hand.
Je kunt niet eeuwig duivels drijven
En zwetend dromen van een palmenstrand.

Dit gedicht hoor jij te schrijven;
Deze zin vloeit uit jouw geest
Je kunt niet eeuwig zoekend blijven;
En zwetend dromen van wat is geweest.

O bloemenkind nog steeds gevangen;
O zilv’ren regen vrijdt toch haar.
O laatste tocht door donk’re gangen;
O lichtenstraal wees levensklaar.

Ik zocht een woord om jou te zeggen;
Dat het leven te mooi is om uit te leggen.
Ik zocht en zocht maar kon ‘t niet vinden;
Want het leven is te mooi om aan een woord te binden.

Ik zocht een antwoord op alle vragen;
Op alle gedachten die maar bleven zagen.
Ik zocht en zocht maar kon ‘t niet vinden;
Want een vraag is te stom om aan het leven te binden.

Dus hier weerom stopt al het denken;
En bidt de schoonheid om jou lach.
O kon ik jou jezelf maar schenken;
En alle vreugde van een lentedag.